Burn-outklachten onder werknemers voor tweede jaar op rij gestegen

mei 26, 2026 | Nieuws

De Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) 2025, uitgevoerd door TNO en CBS onder ruim 53.000 werknemers, laat een zorgelijke trend zien: het aandeel werknemers met burn-outklachten stijgt opnieuw. In 2025 rapporteert 21 procent van alle werknemers burn-outklachten, een toename ten opzichte van 19 procent in 2023. Tien jaar geleden lag dit percentage nog op 13 procent.

Psychosociale belasting blijft hoog

Naast burn-outklachten heeft 15 procent van de werknemers een stressvolle baan, gekenmerkt door hoge taakeisen in combinatie met weinig autonomie. Met name in de sectoren onderwijs en zorg zijn burn-outklachten het hoogst: in beide sectoren geeft 25 procent van de werknemers aan hiermee te kampen. Vrouwen hebben vaker stressvol werk dan mannen (20 procent tegenover 11 procent), en werknemers van 25 tot 55 jaar melden de meeste burn-outklachten (23,5 procent).

Verzuim en werkgerelateerde klachten

Het ziekteverzuimpercentage bleef in 2025 nagenoeg stabiel op 4,9 procent. Gemiddeld verzuimden werknemers 8 dagen in het afgelopen jaar. Bij werknemers die verzuimden lag het gemiddelde op 17 dagen. Te hoge werkdruk werd door 27 procent van de werknemers met werkgerelateerd verzuim als belangrijkste oorzaak genoemd, gevolgd door besmetting op het werk (16 procent) en lichamelijk te zwaar werk (11 procent). Overspannenheid of burn-out is de vaakst gerapporteerde beroepsziekte: 1,9 procent van alle werknemers heeft dit door een arts laten vaststellen.

Behoefte aan meer maatregelen

Bijna vier op de tien werknemers (37 procent) vindt dat er aanvullende maatregelen nodig zijn rond werkdruk en werkstress. In onderwijs en zorg loopt dit op tot respectievelijk 50 en 47 procent. Opvallend is dat in beide sectoren ongeveer één op de tien werknemers aangeeft dat er nog helemaal geen maatregelen zijn genomen. Medewerkers geven zelf aan dat aanpassing van werkinhoud en voldoende tijd voor veranderingen de grootste behoefte zijn.
Lees het volledige rapport bij TNO / Monitorarbeid.