Werkplekaanpassingen bij ziekte ongelijk verdeeld onder werknemers

aug 20, 2026 | Nieuws

Vooral jongere en hoogopgeleide werknemers ontvangen van hun werkgever werkplekaanpassingen die de terugkeer naar werk na ziekte vergemakkelijken. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Laura Jansen, die op 25 juni 2026 aan de Rijksuniversiteit Groningen promoveerde op onderzoek naar werkplekaanpassingen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. Terwijl deze interventies juist ook voor andere groepen werknemers relevant kunnen zijn.

De onderbelichte rol van de werkgever

In de standaardliteratuur over arbeidsongeschiktheidsverzekeringen gaat veel aandacht naar de werknemer, terwijl de werkgever in modellen minder terugkomt. Jansen breidde een model uit met die werkgeversrol, omdat werkgevers werkaccommodatie kunnen bieden aan zieke of arbeidsongeschikte werknemers: aangepaste werkzaamheden of werktijden, of een rolstoeltoegankelijke werkplek. De gedachte is dat een werkgever bij voldoende financiële prikkels zorgt voor meer werkplekaanpassingen. Werkgevers in Nederland zijn niet alleen twee jaar verantwoordelijk voor loondoorbetaling bij ziekte, ze hebben ook te maken met premiedifferentiatie: hun premies gaan omhoog als werknemers de Ziektewet of WGA instromen.

Premiedifferentiatie leidt niet aantoonbaar tot meer aanpassingen

Uit het theoretische deel van het onderzoek komt een risico van premiedifferentiatie naar voren: werkgevers kunnen daardoor minder mensen aannemen met een hoger risico op gezondheidsproblemen, zoals oudere werknemers. In een steekproef van mensen die al negen maanden ziek zijn, vond Jansen bovendien niet dat premiedifferentiatie de werkaccommodatie daadwerkelijk verhoogt. Dat kan betekenen dat het instrument niet effectief is, of niet effectief voor deze groep langdurig zieke werknemers. De werkaccommodatie is verder ongelijk verdeeld: jongere en hoogopgeleide werknemers ontvangen vaker werkplekaanpassingen. Waardoor dat komt is niet onderzocht; het zou een vorm van discriminatie kunnen zijn, waarbij werkgevers alleen aanpassingen bieden aan werknemers die ze willen behouden.

Versnellingsmaatregel WIA vermindert arbeidsparticipatie

Het derde deel van het proefschrift gaat over de versnellingsmaatregel voor de WIA, in 2022 ingevoerd vanwege de opgelopen wachttijden bij het UWV door het tekort aan keuringsartsen. De medische keuring verviel daarbij voor zestigplussers die al twee jaar ziek zijn; een arbeidsdeskundige beoordeelt met een eenvoudige toets of iemand in aanmerking komt, waarna vrijwel iedereen een WGA 80-100-uitkering krijgt. Het aantal WIA-aanvragen nam door de maatregel onverwacht nauwelijks toe, maar het aantal mensen dat drie jaar na het begin van hun ziekte werkt, daalt aanzienlijk. Ook mensen die anders geen of een 35-80-uitkering zouden hebben gekregen, ontvangen nu een 80-100-uitkering terwijl ze in principe nog arbeidscapaciteit hebben. De maatregel kan zo werken als een vorm van vervroegde uittreding.

Aanpassingen als preventie

Voor werkgevers geldt volgens Jansen dat bereidheid tot werkplekaanpassingen preventief kan werken: het voorkomt dat zieke of arbeidsongeschikte werknemers uitstromen via de Ziektewet en later de WIA, wat uiteindelijk ook de premies kan verlagen. Bij een stijgende AOW-leeftijd vraagt dat om specifieke aandacht voor de gezondheid en arbeidsomstandigheden van oudere werknemers.

Eerder berichtte RNVC over de WIA-instroom die licht daalde in 2025 maar een forse stijging tegemoet gaat.

Lees het volledige artikel bij Netspar.