Een arbeidsdeskundig onderzoek dat uitsluitend via beeldbellen plaatsvindt, is niet zonder meer toegestaan. Dat blijkt uit een recente uitspraak van het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege (9 december 2025, AT25/82), waarin een arbeidsdeskundige een berisping kreeg.
Geen fysiek contact in strijd met gedragscode
In de betreffende zaak ging het om een langdurig zieke werkneemster. De werkgever schakelde een arbeidsdeskundige in voor onderzoek in spoor 1 en spoor 2. Het gesprek vond plaats via Teams; een fysiek gesprek was volgens de arbodienst niet mogelijk. De werkneemster was het niet eens met de rapportage en diende uiteindelijk een klacht in bij het Arbeidsdeskundig Tuchtcollege.
Een van de klachtonderdelen betrof het ontbreken van persoonlijk, fysiek contact. Het Tuchtcollege oordeelde dat de handelswijze in strijd was met artikel 5 van de Gedragscode voor arbeidsdeskundigen. Daarin staat dat bij het verkrijgen van informatie de voorkeur uitgaat naar persoonlijk, fysiek contact. Beeldbellen kent een “nee, tenzij”-benadering: het mag worden ingezet wanneer fysiek contact niet goed mogelijk is, maar is niet het uitgangspunt.
Beeldbellen niet wenselijk in bepaalde situaties
Volgens de Gedragscode is beeldbellen in ieder geval niet wenselijk bij:
-
het eerste contact met de cliënt;
-
psychische en/of cognitieve klachten;
-
een conflict met de werkgever;
-
een werkplekonderzoek.
Dat een arbodienst standaard online gesprekken faciliteert, ontslaat de individuele arbeidsdeskundige niet van de verantwoordelijkheid om conform de Gedragscode te handelen.
Voor bedrijfsartsen en verzekeringsartsen gelden andere kaders. Uit jurisprudentie blijkt dat zij in beginsel wél via beeldbellen spreekuur mogen houden.
Lees het volledige linkedin bericht hier.
