Inzichten die preventie gerichter en mensgerichter maken
In Nederland overlijden jaarlijks honderden mensen door zelfdoding. Achter elk van deze statistieken schuilt een leven, een verhaal en vaak een lange geschiedenis van psychisch en sociaal lijden. Hoewel instanties zoals het CBS nauwkeurig registreren wie overlijdt, blijft de vraag waarom iemand tot deze beslissing komt vaak onbeantwoord. Daar probeert recent onderzoek van 113 Zelfmoordpreventie en Amsterdam UMC, onder leiding van promovendus Elias Balt, verandering in te brengen.
Dieper begrip dankzij gesprekken met nabestaanden
In het grootschalige onderzoek, uitgevoerd tussen 2020 en 2024, werd gebruikgemaakt van de methode van psychosociale autopsie. Daarbij worden nabestaanden via vragenlijsten en diepte-interviews bevraagd over het leven en de omstandigheden van hun overleden dierbare. In totaal zijn 414 zelfdodingen onderzocht, met aanvullende interviews bij 90 nabestaanden. Die aanpak geeft niet alleen inzicht in risicofactoren zoals psychische klachten of trauma, maar laat juist ook het bredere, persoonlijke en maatschappelijke verhaal zien.
Onzichtbaar lijden en onverwachte signalen
Een belangrijk inzicht uit het onderzoek is dat jonge mannen hun suïcidaliteit vaak niet of nauwelijks kenbaar maakten. Voor hun omgeving kwam het overlijden dan ook vaak volledig onverwacht. Waar sommige meisjes op enig moment in beeld kwamen bij hulpverlening, gaven jongens hun worstelingen eerder indirect weer – bijvoorbeeld via donkere humor of teruggetrokken gedrag. Deze signalen werden zelden herkend als uitingen van diepe wanhoop.
Bij jonge vrouwen bleek juist dat zij soms deel uitmaakten van hechte netwerken – online of in klinische settings – waarin suïcidaal gedrag genormaliseerd werd. De behoefte aan erkenning en herkenning werd op den duur overschaduwd door het versterkende effect van negatieve patronen binnen die groepen. Herstel werd hierdoor bemoeilijkt.
Levensfase en context maken uit
Voor het eerst is binnen het onderzoek ook gekeken naar specifieke leeftijdsgroepen, waaronder dertigers. In deze groep kwam een opvallend groot aantal mensen voor met financiële problemen, vaak in combinatie met psychische klachten, verslaving of werkdruk. Deze levensfase, waarin veel verantwoordelijkheden samenkomen, bleek voor sommigen onoverkomelijk zwaar. Het gebrek aan ondersteuning leidde niet zelden tot gevoelens van uitzichtloosheid en zelfverwijt.
Wat in vrijwel alle verhalen terugkeerde, was een diepgeworteld gevoel van eenzaamheid. Meer dan tachtig procent van de overledenen voelde zich alleen op het moment van overlijden. Dat gebrek aan verbinding bleek vaak geen recent verschijnsel, maar een rode draad in hun levensloop – een gevoel van nergens echt bij horen, niet gezien worden of simpelweg niet begrepen worden.
Middelengebruik als overlevingsstrategie
Een ander belangrijk thema was middelengebruik. Met name jongeren en dertigers grepen in de maanden voor hun overlijden regelmatig naar drugs, soms als vorm van zelfmedicatie. Dit gedrag was vaak een manier om emoties te dempen of tijdelijk te ontsnappen aan innerlijke onrust. Tegelijkertijd werkte het verhullend, zowel voor henzelf als voor hun omgeving, waardoor hulpverlening vaak te laat of niet effectief genoeg kon worden ingezet.
Een oproep tot anders kijken en handelen
Het onderzoek maakt duidelijk dat effectieve suïcidepreventie vraagt om een bredere blik dan alleen de medische. Psychosociale factoren, zoals schulden, schooluitval of sociaal isolement, moeten integraal worden meegenomen in signalering, behandeling en beleid. Tegelijkertijd blijkt dat complexe zorgvragen nog te vaak leiden tot afwijzing in plaats van hulp. Mensen met meerdere psychische aandoeningen worden soms uitgesloten van behandeling, juist wanneer zij hulp het hardst nodig hebben.
Elias Balt pleit dan ook voor structurele toepassing van de psychosociale autopsie als vast onderdeel van suïcidepreventie in Nederland. Door deze methode langdurig in te zetten, groeit niet alleen de kennis, maar ook het begrip. Inmiddels wordt gewerkt aan een lerend systeem, genaamd Harmony, waarin ook het perspectief van behandelaren wordt opgenomen naast dat van nabestaanden. Op die manier kunnen patronen eerder herkend worden en interventies beter afgestemd.
Samen leren om zelfdoding te voorkomen
Wat dit onderzoek bovenal laat zien, is dat het begrijpen van zelfdoding niet draait om één oorzaak of één oplossing. Het vraagt om luisteren naar verhalen, het durven aangaan van ongemakkelijke gesprekken, en het bouwen van bruggen tussen zorg, onderwijs, beleid en samenleving. Want hoe schrijnend de verhalen ook zijn, ze bieden tegelijk waardevolle lessen – lessen die ons kunnen helpen om eerder te signaleren, gerichter te handelen en in sommige gevallen misschien zelfs een leven te redden.