Nieuw verschenen berichtgeving in NRC schetst dat tienduizenden mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA) in Nederland steeds sneller in de zogenoemde ‘soberste uitkering’ terechtkomen, met bedragen die ver onder het sociale bestaansminimum liggen.
Vervolguitkering en inkomensval
Bij de WIA worden gedeeltelijk arbeidsongeschikten na twee jaar beoordeeld op wat zij nog kunnen verdienen. Wie onvoldoende bijverdient, daalt daarna uit in een vervolguitkering die substantieel lager ligt dan het reguliere WIA-niveau. Volgens het NRC-bericht dreigt deze overgang naar de sobere vervolguitkering voortaan al eerder plaats te vinden – na anderhalf jaar in plaats van twee – door aankomende beleidswijzigingen. Dit kan voor betrokkenen een flinke inkomensval betekenen, vaak tot onder het sociaal minimum.
Praktijkvoorbeeld toont impact
Het artikel beschrijft hoe iemand jarenlang werkte, ziek werd en vervolgens via de vervolguitkering in financiële problemen kwam, met een inkomen dat lager was dan huur en vaste lasten. Hoewel sommige mensen hun inkomen later via werk of verzekeringen konden verbeteren, illustreert dit hoe kwetsbaar de positie van gedeeltelijk arbeidsongeschikten kan zijn in het huidige stelsel.
Kritiek vanuit wetenschap en praktijk
Experts wijzen erop dat de prikkelwerking van het lagere regime in theorie moet stimuleren om werk te vinden. In de praktijk blijkt dat echter lastig – vooral voor mensen met beperkingen, beperkte energie of oudere leeftijd – wat kan leiden tot stress en financiële onzekerheid. Deskundigen hebben eerder gepleit voor het afschaffen of hervormen van deze karige vervolguitkering om te voorkomen dat mensen structureel onder het bestaansminimum terechtkomen.
Lees het originele artikel bij NRC.
