Het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA zet stevig in op een hervorming van het stelsel van ziekte, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. De centrale beweging is een verschuiving van uitkeringsgericht beleid naar activering, preventie en duurzame arbeidsparticipatie. Daarbij wordt expliciet gekozen voor eenvoudiger regels, betere uitvoerbaarheid en een grotere focus op begeleiding naar werk.
Onderstaand de belangrijkste plannen uit het akkoord.
Loondoorbetaling bij ziekte en vereenvoudiging van de Wet verbetering poortwachter
Het kabinet erkent dat de huidige loondoorbetaling bij ziekte, met name voor het midden- en kleinbedrijf, als zwaar en risicovol wordt ervaren. Tegelijkertijd ziet het kabinet dat loondoorbetaling in het tweede ziektejaar een effectieve prikkel vormt voor re-integratie bij de eigen werkgever.
De tweejarige loondoorbetalingsplicht blijft bestaan, maar wordt werkbaarder gemaakt. Het kabinet wil daarvoor bureaucratische belemmeringen in de Wet verbetering poortwachter wegnemen. Concreet gaat het om het schrappen of vereenvoudigen van rapportageverplichtingen, het vooraf beter wegnemen van onzekerheid over mogelijke sancties, het verduidelijken van verplichtingen en het toestaan van meer maatwerk en directe contactmogelijkheden tussen werkgever en werknemer. Het doel hiervan is om administratieve lasten te verminderen en tegelijkertijd snelle re-integratie en herstel te bevorderen.
Leven Lang Ontwikkelen en versterking van werk-naar-werk
Het kabinet investeert structureel in Leven Lang Ontwikkelen. Op korte termijn wordt een nieuwe regeling opgezet die gericht wordt ingezet op tekortsectoren en kansrijke beroepen, mede op basis van arbeidsmarktinformatie van het UWV. Parallel hieraan wordt toegewerkt naar een stelsel van individuele leerrechten.
De nadruk ligt op het toegankelijk maken van om- en bijscholing voor groepen die daar het meest bij gebaat zijn, waaronder mbo-opgeleiden en werknemers in het mkb. Scholing wordt nadrukkelijk verbonden met inzetbaarheid en mobiliteit.
Daarnaast wordt de route van werk naar werk versterkt. Bij dreigend ontslag, bij te zwaar werk of bij loopbaanwensen moet begeleiding naar ander werk de hoofdroute worden. Regionale werkcentra krijgen hierin een belangrijkere rol en worden beter geïntegreerd in het stelsel.
Hervorming van de WW
De WW wordt aangepast om beter aan te sluiten bij het nieuwe stelsel van werk-naar-werk en Leven Lang Ontwikkelen. De uitkering wordt hoger in het begin, maar verkort naar maximaal één jaar. Tegelijk worden de eisen voor opbouw en verzilvering van rechten aangescherpt.
Met deze wijziging wil het kabinet werkenden in de eerste periode na ontslag meer financiële zekerheid geven, terwijl tegelijkertijd wordt gestimuleerd dat mensen sneller passend nieuw werk vinden.
Hervorming van de transitievergoeding
Het kabinet wil de bestaande transitievergoeding expliciet hervormen zodat deze weer doet waarvoor zij bedoeld is: het ondersteunen van de overgang van werk naar werk. De besteding van de transitievergoeding wordt gekoppeld aan de nieuwe infrastructuur voor Leven Lang Ontwikkelen. Daarmee wordt de vergoeding nadrukkelijker een instrument voor scholing, om- en bijscholing en duurzame inzetbaarheid.
Werkgevers die tijdig en voldoende investeren in bijscholing of omscholing van werknemers, of zich maximaal inzetten voor re-integratie conform de Wet verbetering poortwachter, krijgen lagere of zelfs geen verplichtingen meer ten aanzien van de nieuwe transitievergoeding. Daarnaast wordt verwacht dat werkgevers en werknemers bestaande opleiding en ontwikkelfondsen breder en flexibeler gaan inzetten.
Tegelijkertijd schaft het kabinet de compensatieregeling voor de transitievergoeding na twee jaar ziekte volledig af, voor alle werkgevers. Daarmee vervalt de huidige tegemoetkoming bij beëindiging van het dienstverband na langdurige arbeidsongeschiktheid. Deze wijzigingen worden nadrukkelijk in samenhang gezien met de aanpassing van de WW en de bredere werk-naar-werkagenda.
Verder wordt vastgelegd dat de compensatieregeling voor de transitievergoeding bij langdurige ziekte volledig verdwijnt in 2028. Werkgevers draaien daarmee weer volledig zelf op voor deze kosten, wat met name voor het mkb een substantiële financiële impact zal hebben.
Herziening van het arbeidsongeschiktheidsstelsel (WIA/IVA)
Aanvullend bepaalt het kabinet dat de IVA voor nieuwe instroom wordt afgeschaft vanaf 2030. Het huidige duurzaamheidscriterium verdwijnt daarmee; nieuwe gevallen zullen via WGA-achtige routes worden beoordeeld. Bestaande IVA-gerechtigden behouden hun rechten. Doel hiervan is het ontlasten van UWV en het beperken van definitieve uitkeringssituaties.
Daarnaast wordt het maximumdagloon voor sociale verzekeringen (waaronder WIA en WW) vanaf 2029 met circa 20% verlaagd. Dit leidt tot fors lagere uitkeringen voor hogere inkomens, terwijl het premieplafond ongewijzigd blijft.
Het kabinet stelt vast dat het huidige arbeidsongeschiktheidsstelsel vrijwel onuitvoerbaar is geworden en vastloopt, waardoor kwetsbare mensen niet tijdig en adequaat worden geholpen.
Op korte termijn worden maatregelen genomen om de uitvoerbaarheid en menselijke maat te verbeteren. Daarbij wordt ingezet op taakherschikking, meer handhaving op preventie door de Arbeidsinspectie, betere samenwerking tussen bedrijfsartsen en verzekeringsartsen, meegroeiende re-integratie en strengere voorwaarden voor WIA-herbeoordelingen. Daarnaast wordt de IVA voor nieuwe gevallen afgeschaft.
Belemmeringen om te werken of bij te verdienen worden weggenomen, onder meer via een terugvaloptie. Preventie krijgt een prominentere plaats, met als doel de instroom in arbeidsongeschiktheidsregelingen te beperken.
Op langere termijn kiest het kabinet voor een fundamentele herziening van het stelsel van ziekte en arbeidsongeschiktheid. De primaire focus komt te liggen op snelle en goede begeleiding naar werk.
Participatiewet: intensieve begeleiding en activering
Het kabinet wil dat meer mensen vanuit de Participatiewet de stap naar werk maken. De wet wordt hervormd met inzet op zeer intensieve begeleiding, samenwerking met (sociale) werkgevers en blijvende handhaving op plichten zoals de taaleis en fraudebestrijding.
Richting een eenvoudiger en robuuster stelsel van sociale zekerheid
Het kabinet werkt toe naar meer samenhang tussen ziekte, arbeidsongeschiktheid, WW, scholing en werkcentra. Eind 2026 volgt een bredere hervormingsagenda met als uitgangspunten eenvoud, voorspelbaarheid en dat werken moet lonen.
Conclusie: betekenis voor het vak van casemanager
Dit akkoord markeert een duidelijke systeemverschuiving. WW, transitievergoeding, Poortwachter en WIA worden expliciet verbonden tot één samenhangend stelsel, waarin financiële prikkels verschuiven van afwikkeling naar investering vooraf.
Deze aanvullende maatregelen versterken de financiële prikkels richting vroege en effectieve re-integratie. Door het wegvallen van IVA-instroom, lagere uitkeringen bij hogere inkomens en het verdwijnen van compensatie bij langdurige ziekte, verschuiven risico’s nadrukkelijker naar werkgevers en werknemers. Dit vergroot de druk om vóór 104 weken tot duurzame werkhervatting of mobiliteit te komen.
Voor het vak van casemanager betekent dit een structurele verschuiving richting vroege interventie, duurzame inzetbaarheid, scholing en langdurige begeleiding. Re-integratie start vanaf de eerste ziektedag en werk-naar-werk wordt de dominante route. Het vak wordt daarmee minder procedureel en inhoudelijk zwaarder, met grotere nadruk op professioneel oordeel en daadwerkelijke werkhervatting.
Lees hier de volledige tekst van het coalitieakkoord 2026–2030.
